Mente wordt in 1941 geboren in Bedum, in een goed gereformeerd gezin: zeven kinderen en een harmonium. Het gezin woonde een paar huizen verderop dan waar ik nu woon, zegt Mente, op nummer 33. “Zo bekeken, zijn we niet veel opgeschoten!” Uit zijn verhaal blijkt anders.
Het harmonium speelt een grote rol binnen het gezin: vader is organist in de kerk en geeft Mente en zijn broers les, hoewel Mente liever een boek ging lezen. De muziekleraar Garmt ten Hoor in Groningen leert hem pedaalspelen.
Het gezin heeft het financieel niet breed en dus gaat Mente op 14-jarige leeftijd van de Mulo af, om te gaan werken én wonen bij de bakker. Het is hard werken van ’s morgens kwart voor zes tot ’s avonds zes uur. Het bakkersvak vindt hij wel boeiend maar weet al snel dat hij wat anders wil. Dat betekent dat hij hard moet studeren voor een andere, boeiender toekomst. Dat begint aan de avondschool in Bedum voor het Middenstandsdiploma.
Na 4 jaar krijgt hij de kans om Schrijver te worden bij de gemeente ’t Zandt. Het werk boeit hem niet echt maar geeft wel de mogelijkheid een andere weg in te slaan.
Tijdens de militaire dienst (hij wordt radiotelegrafist), is er veel gelegenheid om te studeren: SPD en MO-boekhouden. Ondertussen wordt hij in 1961, als hij 19 jaar is, aangesteld als hulporganist van de Gereformeerde Kerk te Bedum.
Na zijn diensttijd wordt hij assistent van de boekhouder/bedrijfsleider bij Wegenbouwbedrijf Gruno.
Al doende ontwikkelt hij zich op allerlei terreinen en gaan steeds meer en andere wereld voor hem open.
Een vriend, dienstkameraad en studiegenoot wijst hem in 1966 op een vacature bij het Gouvernement van Suriname als adjunct-accountant. Rika en Mente leek dat wel wat. Mente wordt aangenomen en dus stappen ze in 1967 op de boot met twee kleine kinderen om naar Suriname te gaan. Een heel andere wereld. Mente krijgt een fijne werkplek bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en voelt zich er snel thuis, net als het gezin. Daar heeft hij te maken met grote veranderingen door administratieve automatisering. Die ervaring kan hij later blijvend gebruiken. Het grote ministerie geeft hem veel contacten en is daardoor zeer afwisselend.
Suriname is een land waar ze van gaan houden, de mensen, de cultuur en het klimaat. Al snel vragen ze Mente om bij de Hervormde en Lutherse kerk organist te worden. Als het contract na 5 jaar afloopt gaat het gezin terug naar Nederland.
Eenmaal terug gaat hij aan de slag bij de Gasunie in Groningen, een jonge organisatie.
Na 9 maanden is er een vacature bij de RUG voor een mooie financiële functie. Die baan is Mente op het lijf geschreven en lijkt op die in Suriname. Het biedt bovendien het voordeel dat hij in de lunchpauzes orgelles kan nemen bij Johan van Meurs op het orgel van de Akerk. Hij behaalt bij deze leraar zijn diploma Kerkelijk orgelspel bevoegdheid 3. Een mooie mijlpaal.
Via Van Meurs wordt hij bestuurslid bij de Stichting Groningen Orgelland en later secretaris van het landelijk bestuur van de Gereformeerde Organisten Vereniging. Daardoor heeft hij veel binnen- en buitenlandse contacten. Regelmatig conferenties voor kerkmusici in Europees verband. Rika gaat als het kan dan mee.
De kerkenraad benoemt hem in 1977 tot hoofdorganist.
Na 10 jaar bij de RUG stapt hij over naar het Organisatie Advies werk en dit brengt hem in 1992 op het stadhuis in Groningen.
Na 22 jaar, gaan Rika en Mente in 1994 op vakantie naar Suriname. Een tour langs ‘memory lane’. Ze zijn hen daar nog niet vergeten, zo blijkt. De minister van het ministerie waar het werkte nodigt Mente op de koffie en biedt hem opnieuw een baan aan. Weigeren is eigenlijk geen optie. Dus vertrekken ze een jaar later weer naar Suriname, nu voor een verblijf van zeven jaren.
Als ze in 2002 terugkeren is er nog zijn baan bij de gemeente Groningen, maar Rika zegt: “Je hebt nu lang genoeg gewerkt. Het is tijd voor je pensioen!”. Aldus geschiedt. Er zijn immers vrijwilligersbaantjes in overvloed?!
Terug naar het orgel.
Als hij speelt, doet hij dat met overgave en een opdracht dat het orgelspel de gemeentezang moet begeleiden en stimuleren zonder daarbij zelf op de voorgrond te treden. Orgelspel voor en tijdens de dienst heeft een liturgische functie. Daarom laat Mente via de beamer altijd weten wat hij speelt.
Hij studeert bijna dagelijks, ook thuis om vaardig te blijven en de kerkdienst voor te bereiden. Naarmate hij ouder wordt, kost dat meer moeite om goed te blijven spelen. Vandaar dat Mente op 1 september afscheid heeft genomen als organist van de Maranathakerk in Bedum.
Hij kijkt in dankbaarheid terug. Terug naar zijn ouders en hun harmonium, aan het vele dat het orgel hem en het gezin bracht en contacten met andere mensen en organisaties. Terug aan de kerkbesturen die hem deze opdracht toevertrouwden. Denkend aan de vele kerkgangers die onder zijn begeleiding de kerkzang/lofzang gaande hielden. Alles voor “Hij Die troont op de Lofzangen Israels” Ps 22:4.
Het meest dankbaar is hij Rika: “Ze heeft mij alle ruimte gegeven én aangemoedigd om te blijven studeren en dienstbaar te zijn onder alle omstandigheden.”






