Wielerronde van Bedum  
Bedrijvenvereniging gemeente Bedum
                                         Evenementen Agenda Bedum



Columns





Historie
Waterschapsbelasting watersysteemheffing ingezetenen mogelijk flink omhoog na uitspraak rechter
Gepubliceerd op donderdag 04 januari 2018

Naar aanleiding van een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die mogelijk aanzienlijke gevolgen heeft voor de belastingheffing door het waterschap, heeft de fractie van Betaalbaar Water schriftelijke vragen gesteld aan het dagelijks bestuur van Noorderzijlvest. 

Waterschapsbelasting watersysteemheffing ingezetenen mogelijk flink omhoog na uitspraak rechter 

Vragen mbt heffing verharde wegen:

3 januari 2018

Geacht bestuur.

Op 12 december heeft de belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak in eerste aanleg van de Rechtbank Overijssel betreffende een geschil tussen belastingkantoor GBLT, optredend namens Waterschap Zuiderzeeland en Gedeputeerde Staten van Flevoland bevestigd. GS van Flevoland hadden dit aangespannen omdat ze het oneens waren met de haar opgelegde waterschapslasten als eigenaar van verharde openbare wegen. De Rechtbank en het
Gerechtshof zijn met GS van Flevoland van mening dat het verhoogde tarief voor wegen alleen van toepassing is op het daadwerkelijk verharde deel van het oppervlak en niet op bermen en sloten. Waterschap Zuiderzeeland zal, behoudens de eventuele uitkomst van cassatie bij de Hoge Raad, de heffing voor verharde wegen moeten aanpassen. Hetgeen grote financiële gevolgen kan hebben.

Aangezien waterschap Noorderzijlvest ook gebruik maakt van de mogelijkheid tot gedifferentieerde tarieven in de categorie “ongebouwd” en er dientengevolge sprake is van een 100% hoger tarief voor verharde openbare wegen, heeft deze uitspraak mogelijk ook gevolgen voor Noorderzijlvest.

In verband hiermee stellen wij de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met de voornoemde uitspraken van de Rechtbank Overijssel en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden?
  2. Maakt Noorderzijlvest in de heffing voor verharde openbare wegen onderscheid tussen daadwerkelijk verhard en niet verhard oppervlak?
  3. Indien er geen onderscheid gemaakt wordt als bedoeld bij vraag 2, vanaf wanneer wordt er een verhoogd tarief voor de categorie verharde openbare weg toegepast?
  4. Lopen er momenteel bezwaar- en/of beroepsprocedures van wegbeheerders tegen de opgelegde heffing tegen Hefpunt c.q. waterschap Noorderzijlvest?
  5. Verwacht u dat wegbeheerders in voorgaande jaren opgelegde heffingen voor verharde openbare wegen terug gaan vorderen als er geen onderscheid gemaakt is tussen het verharde en het onverharde deel?
  6. Wat zijn, indien er door Noorderzijlvest geen onderscheid gemaakt wordt tussen daadwerkelijk verhard en niet verharde weggedeelten, de gevolgen met betrekking tot de begroting 2018 en de meerjarenbegroting?
  7. Bent u voornemens om eventuele financiële gevolgen van deze uitspraken op te vangen binnen de categorie “watersysteemheffing-ongebouwd” of gaat u deze ook verhalen op de categorieën “ingezetenen” en “gebouwd”?

In afwachting van uw antwoorden,

met vriendelijke groet

Henk Hoiting
fractievoorzitter Betaalbaar Water  

 

Brief Uitspraak Gerechtshof en belastingheffing waterschappen

omdat ons water ook morgen betaalbaar moet zijn…

Fractie Betaalbaar Water

Onderwerp: tariefdifferentiatie verharde openbare wegen

De fractie van Betaalbaar Water stuitte onlangs (op www.rechtspraak.nl) op de uitspraak die door de belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, is gewezen op 12 december 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:10902). Dit was een uitspraak in een geschil tussen enerzijds de heffingsambtenaar van het

Gemeenschappelijk belastingkantoor GBLT (die feitelijk optrad voor Waterschap Zuiderzeeland) en anderzijds Gedeputeerde Staten van Flevoland. Bij deze uitspraak van het gerechtshof is de uitspraak in eerste aanleg van de Rechtbank Overijssel van 28 december 2016 (ECLI:NL:RBOVE:2016:5170) bevestigd.

Deze uitspraak van de rechtbank, en de bevestiging hiervan door het  gerechtshof, kan mogelijk financiële gevolgen hebben ook voor andere waterschappen, waaronder Noorderzijlvest. Ter toelichting het volgende.

De Waterschapswet onderscheidt (in artikel 117) vier categorieën van belanghebbenden onder wie de kosten voor de zorg van het watersysteem (de watersysteemheffing) moeten worden verdeeld. Dit betreft (samengevat) in de eerste plaatst de ingezetenen, in de tweede plaats de eigenaren van ongebouwde onroerende zaken, in de derde plaats de eigenaren van natuurterreinen en in de vierde plaats de eigenaren van gebouwde onroerende zaken (eigen woningbezitters en eigenaren van andere gebouwen). Een persoon of bedrijf kan dus, mede afhankelijk van de onroerende zaken die hij/zij bezit, in meerdere categorieën vallen en hiervoor waterschapslasten verschuldigd zijn. Het gaat nu (in de voormelde rechterlijke uitspraken) om de tweede categorie (eigenaren van ongebouwde onroerende zaken, de zogenoemde “categorie ongebouwd”).

Eigenaren van onbebouwde onroerende zaken dienen een bepaald (door het Algemeen Bestuur vastgesteld) tarief te betalen per hectare onbebouwde grond dat zij in bezit hebben. Onder deze “categorie ongebouwd” vallen in de praktijk met name (eigenaren van) landbouwgronden. Door de wetgever is ook bepaald dat (eigenaren van) verharde openbare wegen onder deze categorie ongebouwd vallen. Hiermee is onduidelijkheid voorkomen over de vraag of verharde openbare wegen als “gebouwd” of “ongebouwd” beschouwd dienen te worden. Eigenaren van dergelijke verharde openbare wegen zijn meestal overheidsinstanties (het Rijk, provincies en gemeenten). Zij moeten als grondeigenaar waterschapslasten betalen.

In beginsel is binnen het waterschap het belastingtarief  voor iedere hectare ongebouwde grond hetzelfde, ongeacht de locatie, het gebruik of de waarde van de grond. Wel heeft de wetgever in bepaalde gevallen (genoemd in artikel 122 van de Waterschapswet) de mogelijkheid opengesteld om hierin toch te differentiëren. Zo is de mogelijkheid gecreëerd om binnen bepaalde grenzen een hoger tarief te hanteren voor verharde openbare wegen. De reden van de wetgever om het mogelijk te maken om een hoger tarief te hanteren voor verharde openbare wegen dan voor (bijvoorbeeld/met name) landbouwgrond, is dat de verharde oppervlakten hogere piekafvoeren kunnen veroorzaken, waardoor een relatief grote capaciteit van het watersysteem wordt gevraagd. Oftewel: het water kan niet direct in de bodem opgenomen worden, maar stroomt van het verharde wegoppervlak af. Bovendien is de watersysteemheffing mede bedoeld voor de waterkwaliteitszorg, terwijl wegen één van de belangrijkste diffuse verontreinigingsbronnen vormen.

Ook door Waterschap Noorderzijlvest wordt een dergelijke tariefdifferentiatie voor verharde openbare wegen toegepast. Volgens artikel 5 lid 2 van de Verordening op de watersysteemheffing waterschap Noorderzijlvest 2018 worden (samengevat) openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken, voor de heffing aangemerkt als ongebouwde onroerende zaken. Volgens artikel 6 lid 3 van de voormelde verordening wordt voor verharde openbare wegen een hoger tarief (€ 125,22 per hectare) gehanteerd dan voor andere ongebouwde onroerende zaken (€ 62,61 per hectare). Ook in de afgelopen jaren is een dergelijke differentiatie gehanteerd. In 2017 was dit € 116,54 per hectare voor verharde openbare wegen en € 58,27 per hectare voor andere ongebouwde onroerende zaken.

Een dergelijke tariefdifferentiatie voor verharde openbare wegen wordt c.q. werd ook toegepast door Waterschap Zuiderzeeland. Dit vormde de inzet van de bezwaar- en beroepsprocedure die door (Gedeputeerde Staten van) de Provincie Flevoland, als eigenaar van verharde openbare wegen, was ingesteld tegen aan haar opgelegde aanslagen voor waterschapslasten (en die uiteindelijk uitmondde in de genoemde hoger beroepsprocedure). Het geschil zag erop, welke weggedeelten daadwerkelijk als “verharde openbare weg” voor het verhoogde tarief meegeteld konden worden.

Door de heffingsambtenaar waren hiervoor niet alleen de daadwerkelijk verharde delen van de weg meegerekend, maar ook de wegbermen en bermsloten. Dit bracht met zich mee dat – als hiervan uitgegaan kon worden – niet het daadwerkelijke oppervlak van de verharde rijbanen behoefde te worden berekend, maar dat (in beginsel) uitgegaan kon worden van de oppervlakten van de betreffende grondstukken volgens het kadaster. Uiteraard betreft dit in totaal een aanmerkelijk groter oppervlak dan de rijbanen alleen. De argumentatie van de heffingsambtenaar was dat ook de niet-verharde weggedeelten dienstbaar waren aan de weg. Door de provincie was echter betoogd dat voor het verhoogd tarief alleen de daadwerkelijk verharde weggedeelten meegeteld dienden te worden.

De rechtbank heeft de provincie hierin gelijk gegeven. Aldus de rechtbank moet artikel 122 (derde lid, onderdeel b) van de Waterschapswet aldus worden uitgelegd dat onder het aldaar bedoelde begrip “verharde openbare wegen” slechts gedeelten van een weg kunnen worden begrepen welke daadwerkelijk zijn verhard en dat daaronder niet de bermen en bermsloten kunnen worden begrepen, ook niet als deze een functie vervullen ten behoeve van het gebruik van de weg. Het gerechtshof heeft dit oordeel bevestigd. Voor dit oordeel speelde mee dat de argumenten van de wetgever om tariefdifferentiatie voor verharde openbare wegen mogelijk te maken

(verhoogde piekafvoer en diffuse verontreiniging) voor de verharde weggedeelten gelden, maar (zo werd geoordeeld) niet voor de onverharde delen (zoals de bermen).

Tegen de uitspraak van het gerechtshof staat nog cassatie bij de Hoge Raad open, maar totdat de Hoge Raad (eventueel) anders mocht oordelen, dient van de uitspraak van het gerechtshof uitgegaan te worden. In beginsel geldt deze uitspraak alleen tussen de procespartijen in het voormelde geding, maar naar verwachting zal in eventuele vergelijkbare (hoger) beroepsprocedures gelijkluidend worden geoordeeld. In de praktijk dient ook Noorderzijlvest hier dus van uit te gaan.

Hiermee staat vooralsnog dus vast dat het verhoogde tarief alleen op de daadwerkelijk verharde wegoppervlakken (de verharde rijbanen) kan worden toegepast, en niet (mede) op de wegbermen en dergelijke onverharde weggedeelten. Gelet op het grote verschil tussen de toepasselijke tarieven, en het grote oppervlak dat in totaal met onverharde weggedeelten gemoeid gaat, valt na te gaan dat de financiële gevolgen groot zijn. Verder zal het een aanmerkelijke operatie vergen om (alsnog) het precieze oppervlak van de verharde weggedeelten te berekenen, nu hiervoor niet meer van de kadastrale gegevens kan worden uitgegaan. Immers blijkt uit de kadastrale gegevens alleen het totale oppervlak van de grondstukken waarop de wegen gelegen zijn, niet wat hiervan het verharde oppervlak is.

Te vrezen valt dan ook dat de uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof een bom leggen onder waterschapsbegrotingen waarin er (nog) van uitgegaan is dat (ook) onverharde weggedeelten met het verhoogde tarief belast konden worden. De belasting die van wegeigenaren geïnd kan worden blijkt immers veel lager te zijn dan eerder voorzien. Dit zal tot aanmerkelijke financiële tegenvallers leiden.

Dit probleem zal veel waterschappen raken, zo ook Noorderzijlvest. De fractie van Betaalbaar Water stelt zich hierbij op het standpunt dat de ingezetenen van Noorderzijlvest niet de dupe mogen worden van deze ontwikkeling. De omstandigheid dat er minder belasting geïnd blijkt te kunnen worden van eigenaren van verharde openbare wegen dan eerder voorzien, dient onzes inziens in geen geval te leiden tot een (toekomstige) lastenverhoging voor de ingezetenen: naar het standpunt van Betaalbaar Water dient dit zoveel als mogelijk opgevangen te worden binnen de categorie ongebouwd zelf. In de eerste plaats is echter van belang dat de (financiële) consequenties van de voormelde uitspraken inzichtelijk worden gemaakt.
De fractie van Betaalbaar Water heeft dan ook schriftelijk vragen gesteld aan het dagelijks bestuur van Noorderzijlvest hieromtrent.

P.A. Van Mombergen

algemeen bestuurslid Noorderzijlvest
 

 
         
       BEDUMER.NL

COLOFON 
DISCLAIMER
vertical-divider.png    ADVERTEREN

OVER ADVERTEREN   
STATISTIEKEN
vertical-divider.png    CONTACT

Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
NIEUWS INSTUREN
vertical-divider.png RSS Feed bedumer.nlVolg ons op FacebookVolg ons op Twitter

K7 MEDIA - BEDUM