Wielerronde van Bedum Bedrijvenvereniging gemeente Bedum
Mensenwerk Hogeland
          Evenementen Agenda Bedum



Columns





Historie
Verklaring ChristenUnie, mede namens CDA, PvdA en VVD
Gepubliceerd op donderdag 23 oktober 2014

 Verklaring ChristenUnie, mede namens CDA, PvdA en VVD

J. Berghuis in raad 23.10.2014:

Voorzitter, overige leden van het college, raadsfracties en belangstellenden.

Op 24 april van dit jaar hebben de vier fracties (CDA, PVDA, CU en VVD) de GB-fractie opgeroepen weer aan de raadstafel van Bedum plaats te nemen. Dat is de democratische vertaling en opdracht van de gemeenteraadsverkiezing op 19 maart 2014; en dat is ook de verantwoordelijkheid van de gekozen raadsleden die inderdaad, zoals de GB-raadsleden dat zelf zeggen, 30% van de Bedumers vertegenwoordigen.
Buiten deze oproep is het onderwerp van de GB-boycot en de redenen daarvoor tussen de raadsvergadering van 27 maart en die van 18 september jl. niet in de raad van Bedum aan de orde geweest. Dat hoort niet zo, want dat roept snel het beeld op van “achterkamertjespolitiek”, wat GB anderen zo gemakkelijk verwijt.
Voor die lange tijd is wel een verklaring: behalve de zomervakantie heeft dat vooral te maken met de zorgvuldige voorbereiding van een terugkeer, zowel aan de zijde van de GB-fractie als ook aan de kant van onze fracties. Daarbij heeft overigens én de Commissaris van de Koning als ook onze burgemeester een positieve en zeer te waarderen rol gespeeld.

Voorzitter. Onze fracties hechten eraan verantwoording af te leggen over die periode en ons aandeel daarin. Waar nodig ga ik – met instemming van de andere fracties- in op de inbreng van GB en hun overwegingen. Dat gebeurt met terughoudendheid, want we gooien liever water op dit vuur dan olie. Sommige dingen kunnen echter niet onbesproken blijven.

Met mijn analyse en verantwoording begin ik bij de installatie van nieuwe raadsleden in de raad van 27 maart 2014. Onderdeel van de agenda was het duidingsdebat, zeg maar de vraag welke voorlopige conclusies door partijen werden verbonden aan de verkiezingsuitslag. De meeste partijen vonden de uitkomst: coalitie 2 zetels winst en GB 2 zetels verlies een voor de hand liggende opmaat naar een verkenning van voortzetting van de coalitie van CDA, PvdA en CU. In dat geval zou het voor de hand liggen om het CDA, in zeteltal even groot als GB, het initiatief tot die verkenning te laten nemen.
Daar dacht GB echter anders over. GB legde het accent op het stemmental –inderdaad: iets meer voor GB dan voor het CDA- en claimde daarom als grootste partij het recht op het initiatief om de gesprekken met de andere fracties voor een coalitieverkenning te voeren.
Ik spreek op dit punt nog maar eens een aantal staatsrechtdeskundigen na: een dergelijk initiatief bij de grootste partij is weliswaar een gewoonte, maar geen recht. Deze gewoonte kan in stand blijven, indien en voor zover dat door andere partijen wordt gegund.
Er is toen enkele malen geschorst om juist dit punt helder te maken aan GB en aan die fractie de keuze te laten. Voorzitter, de andere partijen hadden er ook voor kunnen kiezen om per motie dat initiatief bij een andere partij dan GB neer te leggen. GB hield echter vast aan dat zogenaamde recht; de andere fracties hebben zich daar toen bij neergelegd.
Vervolgens ontstonden aan de kant van GB twee lijnen: enerzijds was dat de formele lijn van de gesprekken met andere fracties, waartoe GB het initiatief zou nemen. Afgezien van één gesprek met het CDA is dat spoor niet door GB gevolgd, zelfs niet na herhaaldelijk aandringen van andere fracties. Er is –en ik zeg het met nadruk- door GB geen enkel initiatief genomen voor een gesprek met de andere raadsfracties, zelfs niet na verzoeken van mijn fractie en van de PvdA. Er is geen verslag gemaakt, geen verantwoording afgelegd en ook geen verslag aan de raad uitgebracht.
Gelijktijdig, en dat is de andere lijn, voorzitter, vond GB wel allerlei dingen van andere fracties en over hun opstelling in de media.
U kent het resultaat: na ruim twee weken wachten op GB namen CDA, PvdA en CU het initiatief, vormden een coalitie, met steun van de VVD, en verantwoordden zich naar de raad met een bestuursprogramma.

Voorzitter. Ik voeg hier nog een overweging aan toe. Het gaat bij het zoeken naar een meerderheidscoalitie natuurlijk allereerst om inhoudelijke overeenstemming, maar niet alleen.
Het gaat ook om betrouwbaarheid, consistentie, vertrouwen en bejegening. En hierop was in de vorige coalitieperiode bij de opstelling van het toenmalig GB-smaldeel in de raad wel het nodige af te dingen. In voortdurende aanvallen op het collegebeleid maar ook op collega raadsleden; regelmatig werd niet op de inhoud maar op de man gespeeld, meer in de media dan in de raad en in de claims op eigen succes, met uitsluiting van alle anderen die ook daaraan hadden bijgedragen.
Dan krijgt de verkiezingsuitslag van 19 maart 2014, namelijk winst voor het zittend college en verlies voor de oppositie, -en dat is hier in Bedum ook nog eens een lokale partij die het nota bene tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen buiten Bedum wel goed deden- toch een extra sterke dimensie. Zo’n uitkomst en verhouding in de raad pleit m.i. dan eendimensionaal voor een voortzetting van de bestaande coalitie; en niet voor een ongewis avontuur met een partij, waarvan je niet weet of de wijze van opereren ongewijzigd zal blijven of zal veranderen.
In dat licht noem ik de manier waarop GB zelfs meende het afscheid van vertrekkende raadsleden te moeten boycotten. GB –ik citeer- “voelde er niets voor om gezellig te doen met mensen die haat preken” (mail van 30 maart 2014). Voorzitter, zo’n opmerking kan toch niet bevorderlijk voor een hechte coalitie worden genoemd!
In mijn waarnemingen verkeer ik in goed gezelschap. De Leidse hoogleraar Ruud Koole noemde op 29 maart van dit jaar vijandigheid en wantrouwen kenmerkend voor instabiele verhoudingen en politieke valpartijen. En de Groningse hoogleraar Elzinga laat in de NRC van 9 april optekenen: “iets oudere lokale partijen hebben zich vaak hevig verzet tegen vorige colleges en dan ben je niet de meest logische politiek-bestuurlijke bondgenoot”. In dezelfde periode, maar in een andere krant, noemde deze hoogleraar GB Bedum “een wespennest”. Op de GB-site werd hij echter omschreven als de professor die het voor GB opneemt!
Tenslotte citeer ik in dit rijtje hoogleraar Krouwel (VNG magazine van 16.05.2014): “door de actie van GB wordt 1 op de 3 kiezers niet vertegenwoordigd. Dat is slecht voor de lokale democratie. Een onbezonnen actie van de lokalen”.
Hoe kan het dan zijn, dat de GB-fractie op 16.04.2014 in de Noorderkrant laat optekenen dat “de democratie met voeten wordt getreden en dat de zittende collegepartijen niet voldoende rekening houden met de verkiezingsuitslag”?

Voorzitter. Juist dat duidingsdebat en de afloop daarna is voor de GB-fractie de steen des aanstoots gebleken, zo lazen wij in de brief van de GB fractie aan de media, de Commissaris van de Koning en de andere raadsleden van Bedum – nota bene in die volgorde!
Ik roep in herinnering de mail van een voormalig GB-fractielid op 20 maart en ik citeer: “heldere uitslag: coalitie kan door! Duidelijker kunnen kiezers niet zijn”. En zo was het ook. En ik wijs ook op de haast Koninklijk te noemen reactie van de VVD-fractievoorzitter in Slochteren die in het DvhN van 19 april liet optekenen: “De VVD was graag in het college doorgegaan, maar het was ons niet gegeven”. Zo kan het ook en zo hoort het eigenlijk ook.

En daarmee kom ik, voorzitter, op de kern van die aanstoot bij GB: niet deelname aan een college bleek onverteerbaar. Dat zou logisch kunnen worden genoemd, omdat GB dit in verkiezingstijd als een zekerheid poneerde, samen met anderen, maar liever nog vanuit de toen ook uitgesproken verwachting en ambitie van 8 eigen zetels, dus een absolute meerderheid in de raad van Bedum.
Ik heb dat duidingsdebat nog eens nageluisterd. Er kan maar één conclusie worden getrokken: er is geen onvertogen woord gesproken, het had net zo kunnen verlopen in elk vertegenwoordigend openbaar lichaam, van Tweede Kamer tot gemeenteraad toe, en andere fracties hebben de verkeerde zienswijze van GB –ik heb dat net uitgelegd- niet willen overrulen.
En dat is zelfs hoffelijk te noemen!
In dit licht is de waarneming van oud-GB-raadslid (Arends) op 14.04.2014 aantoonbaar bezijden de werkelijkheid toen hij –terugkijkend op het duidingsdebat- op de site van RTV Noord liet optekenen en ik citeer: “GB-raadsleden worden persoonlijk aangevallen en geschoffeerd”.

Voorzitter. GB heeft er toen voor gekozen die conclusie (namelijk dat er door de andere fracties geen onvertogen woorden zijn gesproken in het duidingsdebat) niet over te nemen, maar te zwelgen in zelfbeklag en met echt foute argumenten van zich af te slaan. Bijvoorbeeld door op de website van GB andere raadsleden onjuiste citaten in de mond te leggen, of, op 21.03.2014, de burgemeester te noemen als regisseur van de coalitie. Wat een staatsrechtelijke onzin en bovendien: de fractievoorzitters in het algemeen en ook in Bedum zouden dat niet laten gebeuren. En bijvoorbeeld: de uitspraak van de GB-fractievoorzitter dat hij zich ‘overvallen’ voelde door het duidingsdebat, terwijl hij zelf op de GB-site van 25.03.2014 zegt als grootste partij het initiatief tot het duidingsdebat te hebben genomen en alle partijen daartoe heeft uitgenodigd. En bij uitstek in die brief van GB aan de commissaris op 11 april worden de zaken toch echt op zijn kop gezet: “de democratie wordt door anderen met voeten getreden en de verhoudingen zijn zo ernstig verziekt”.
Zelfs vernedering van GB door andere fracties en het verloren vertrouwen in de burgemeester worden in die brief genoemd, maar, voorzitter, niet met feiten gestaafd.
Alles opgeteld concludeert GB in die brief dat er in Bedum geen democratie is, dat het niet om de inhoud gaat, en dat daarom GB niet meer aan de raadstafel zal verschijnen. Misschien is het wel tekenend voor de kwaliteit van die brief, voorzitter, dat GB nu opeens schrijft dat je een absolute meerderheid in een democratie niet zou moeten willen, terwijl dat enkele weken eerder nog als ambitie van GB werd geformuleerd. Er valt m.i. geen touw meer aan vast te knopen.
Wij zijn het dan ook volstrekt eens met het eerste commentaar van de burgemeester op die brief van 11 april en ik citeer: “Zeer betreurenswaardig. Aan iedereen en alles worden verwijten gemaakt. Maar zich zelf de spiegel voorhouden is er niet bij”.

Voorzitter. Hiermee kom ik op de afronding van de periode die is gebruikt om de GB-fractie weer aan de raadstafel terug te krijgen. Dit is ook het laatste onderdeel van mijn analyse. Ik memoreer de insteek van GB voor de gesprekken met de andere fracties, medio augustus.

- een andere samenstelling van de GB-fractie, met hopelijk nieuwe verhoudingen;
- niet al te veel oude koeien uit de sloot, maar vooral de blik op de toekomst richten;
- wat nodig is of uitgesproken moet worden op weg naar normale(re) verhoudingen.

Dat is gebeurd, met enige inschikkelijkheid van alle partijen. Het bleek mij dat gevoelens, partijpolitiek en persoonlijke verhoudingen niet altijd werden onderscheiden. Door over en weer voorbeelden te benoemen of uit te spreken zijn bedoelingen verhelderd en is wederzijds begrip gegroeid.
Dat was ook de conclusie van de GB-fractieleden. Alles en iedereen, ook de GB-fractieleden, bevestigden dat de raadsvergadering van 18 september weer een voltallige bezetting zou kennen!
Ik citeer de slotconclusie van de GB-fractie: “Naar onze mening is de basis geschapen voor normale verhoudingen in de raad en kan onze fractie na dit zorgvuldig doorlopen proces weer terugkeren naar de raad”. Er was zelfs afgesproken dat de voorzitter van de raad zijn bevoegdheid volgens het Reglement van Orde zou gebruiken om die terugkeer van GB aan de raadstafel kort voor de vergadering te agenderen.

De desbetreffende verklaring is ons als concept op 14 september door de fractievoorzitter van GB toegezonden met de volgende vraag: “Als er nog op- of aanmerkingen zijn, hoor ik die graag”. Dat betekent –het is eigenlijk onnodig om dat uit te leggen: geen bericht, goed bericht. Overigens zouden andere fracties ook kunnen overwegen dat het een verklaring van GB zelf is en dat daarbij dus terughoudendheid passend is.

En dan komt de eerste ledenvergadering van GB op 16 september. Een kleine 20 leden veroorzaken een impasse. In het DvhNoorden van 17 september laat de fractievoorzitter weten dat en ik citeer: “we er eerst nog maar eens met z’n allen een nachtje over moeten slapen”.
Hoewel wij niet bij die ledenvergadering zijn geweest, moet de conclusie wel zijn dat die 20 leden het niet eens waren met de lijn van de fractieleden. Dat kan; en dan zijn er twee mogelijkheden:

1. de fractieleden nemen hun eigen verantwoordelijkheid, doen recht aan hun verkiezing en blijven bij hun standpunt om op 18 september 2014 weer aan de raadstafel plaats te nemen.
2. de tegengestelde opvatting van die 20 leden wordt door de fractieleden zo zwaar gewogen dat zij zich terugtrekken als raadslid.

Het laatste is een week later op de tweede ledenvergadering gebeurd. Dat kan dus en is een verantwoordelijkheid van GB. Van die fractie, van dat bestuur en van die leden.
Zo bezien is de kop in Binnenlands Bestuur van 25 september over GB in Bedum onzorgvuldig, althans onvoldoende nauwkeurig: “Grootste partij geeft het op”. Nee, voorzitter, de werkelijkheid is anders: de leden van GB verhinderen dat de gekozen GB-fractie-leden hun democratisch verankerde verantwoordelijkheid nemen. Ik vraag me af of juist dat niet erg kwalijk is. Het is zeker te betreuren.
Ik las in de krant dat er maar een handjevol leden op de bewuste GB-vergadering aanwezig was en dat zelfs in dat kleine gezelschap nog meningsverschil bestond. Dat houdt in, voorzitter, dat de door zoveel honderden gekozen raadsleden hun politieke oren hebben laten hangen naar een klein groepje uit die forse aanhang. Het zou de vier gekozen raadsleden gesierd hebben, als ze hun rug recht hadden gehouden.

Wat niet kan, is vervolgens de oorzaak bij ons, de andere partijen leggen. Waar de diverse geledingen van GB kennelijk dat onderscheid in verantwoordelijkheden niet kunnen of willen maken, mag dat andere partijen niet worden verweten en evenmin aan de kiezers, de inwoners van Bedum, worden voorgehouden.

Als je de verklaring op de website van GB (gepubliceerd op 23 september 2014) leest of dat artikel in Binnenlands bestuur dat ik eerder aanhaalde, dan is het beschamend te lezen hoe de werkelijkheid naar eigen hand wordt gezet. Om het falen van de eigen partij in de schoenen van anderen te schuiven. Ik noem maar één voorbeeld dat illustratief is voor de kwaliteit van al die verhalen.
Dat voorbeeld gaat over ons zwembad. GB heeft het nu maar over één aspect daarvan, namelijk de verwarming ervan met restwarmte van de DOMO. “De andere partijen lachen ons nog net niet uit”, zo wordt het gevoel van GB verwoord. Maar ik roep in herinnering, voorzitter, dat GB in 2010 twee speerpunten had bij het zwembad: een openluchtbad erbij en verwarming met restwarmte. Het zou best kunnen dat om het eerste gelachen werd, want dat was werkelijk een luchtkasteel. En de restwarmte was niets nieuws, want dat hadden de coalitiepartijen een paar jaar eerder ook bepleit. Toen bleken de risico’s te groot en die zijn inmiddels weggenomen door het waterbedrijf. Niettemin heeft GB daaraan een forse impuls gegeven. En dat zeg ik niet voor de eerste keer.
Het voorbeeld is tekenend voor de manier waarop GB de afgelopen 5 jaar de werkelijkheid naar eigen hand heeft proberen te zetten. En kennelijk is die benadering weer terug nadat de ledenvergadering de fractie niet heeft gevolgd in het verstandige voorstel om weer aan de raadstafel terug te keren. We hadden als raadsfracties werkelijk gehoopt op een nieuwe samenstelling van de GB-fractie met een nieuwe werkwijze!

De oorspronkelijke concept-verklaring van de GB-fractieleden is op 23 september aangevuld met zaken die nota bene op verzoek van GB als vertrouwelijk waren aangemerkt (ik noem als voorbeeld de aanvankelijke aarzeling van partijen om gesprekken buiten de raad te voeren). De andere partijen zouden volgens deze aanvulling toegevingen verlangen die niet aan de kiezers konden worden uitgelegd. Onzin. Daarover hebben de GB fractieleden op weg naar die eerste ledenvergadering met geen woord over gesproken! En nogmaals: dat was voor de ledenvergadering ook niet de conclusie van de GB-fractie!

Verder stelt GB dat een enkele fractie “zelfs in het geheel niet” reageerde op de door de GB-fractieleden toegezonden conceptverklaring. Ik roep u, voorzitter het eerder gebruikte citaat van GB in herinnering en ik citeer: “als u opmerkingen heeft, etc, etc……. Dan is het toch onbestaanbaar, dat GB hierop nu conclusies als “vertrouwensbreuk” en “gemiste doelen na gesprekken” baseert. Het zijn gezochte en deels onjuiste argumenten en gelegenheidsconclusies, die elke grond missen.

Het bewijs hiervoor, voorzitter, wordt op 11 oktober 2014 door het DvhNoorden geleverd.
Deze krant stelt in een artikel over de oorspronkelijke GB-verklaring te beschikken op basis waarvan de fractie op 18 september 2014 wilde terugkeren in de raad. GB-fractievoorzitter Martin Broekmans wordt in dat artikel onder het kopje “Geen boze opzet in het spel” geciteerd, “dat het hem duidelijk is geworden dat burgemeester Henk Bakker en de andere fracties nooit de intentie hebben gehad om GB ongelijk te behandelen dan wel GB met boze opzette bejegenen”.
Dat is een juist citaat, voorzitter, en maakt het verschil tussen de conceptverklaring van GB en de berichtgeving van GB hierover naar de kiezers een week later opnieuw duidelijk: zo de wind waait, waait en draait het GB-jasje. Al naar gelang het hun uitkomt.

Samengevat: wij betreuren de conclusie die de GB-fractieleden hebben verbonden aan de GB-leden- raadpleging. Wij hadden, voorzitter, op grond van de gevoerde gesprekken en de veranderde samenstelling van de GB-fractie goede verwachtingen op een terugkeer daarvan, met normale verhoudingen in de raad en tussen alle raadsleden.
Wat zwaar tegenvalt, is dat die fractieleden als verklaring niet man en paard noemen, niet oorzaak en gevolg, maar in plaats daarvan afstand nemen van hun eigen conclusies van een week daarvoor; en ook dat ze zo de GB-gelederen proberen te sluiten en GB uit de wind proberen te houden.
Dat laatste is tot daaraan toe, maar, als dat gebeurt ten koste van anderen of van andere partijen en ten koste van de waarheid, dan moet dat hier in de raad worden gezegd. En dat heb ik, voorzitter, met instemming van de andere raadsfracties (CDA, PvdA en de VVD)- hiermee gedaan.

Jan Berghuis

 

 
         
       BEDUMER.NL

COLOFON 
DISCLAIMER
vertical-divider.png    ADVERTEREN

OVER ADVERTEREN   
STATISTIEKEN
vertical-divider.png    CONTACT

Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
NIEUWS INSTUREN
vertical-divider.png RSS Feed bedumer.nlVolg ons op FacebookVolg ons op Twitter

K7 MEDIA - BEDUM